Meditatie - December

Update: 28 december 2018
Nieuwe update: D.V. 11 januari 2019

De verschijning van Christus als de Vorst van het heir des HEEREN

Ik ben de Vorst van het heir des HEEREN: Ik ben nu gekomen! Toen viel Jozua op zijn aangezicht ter aarde en aanbad, en zeide tot Hem: Wat spreekt mijn Heere tot Zijn knecht?

Jozua is bezig om de muren van Jericho te inspecteren. Hij ziet de hoge en dikke muren van de sleutelstad, want dat is Jericho. Als Jericho veroverd is, dan ligt het ganse land Kanaän open. Jozua staat voor een onmogelijke opdracht en toch mag hij geloven, dat de Heere het onmogelijke mogelijk zal maken. De Heere zal die stad in de handen van Israël geven, maar hoe dat zal gaan, dat kan Jozua niet bekijken. Hij zal biddend en zuchtend rondom de stad zijn gelopen. En dan staat daar ineens een Man tegenover hem. Die man is een Krijgsman. Hij staat daar in volle wapenrusting tegenover Jozua. Hij heeft het zwaard niet in zijn schede, maar in zijn hand en dat betekent, dat hij weldra tot de aanval zal overgaan.
Deze krijgsman is onoverwinnelijk, want het gaat hier om Christus Zelf. Hij is die Krijgsman met dat uitgetogen zwaard. Hij is niet gekomen om vrede te brengen maar het zwaard. Dat zwaard spreekt ons van verdeeldheid. Hebben wij Hem zo leren kennen als de Krijgsman met het zwaard? Wij zijn het immers waard om gedood te worden door het wraakzwaard van Gods gerechtigheid. Hij komt met het zwaard om af te rekenen met de vijanden van God en dat zijn wij nu allemaal geworden door onze val in Adam. Wat is het toch groot als wij worden neergeveld door het tweesnijdende zwaard van Gods Woord op het slagveld van vrije genade. Dan is er nog behoudenis mogelijk. Het zwaard draagt Christus. Het oordeel heeft de Vader aan Zijn Zoon overgegeven. Hij zal straks de wereld oordelen. De inwoners van Jericho hebben de maat vol gezondigd. En zo zal Hij straks ook de wereld oordelen als de maat van de ongerechtigheid vol is en als dat zo is, dan is ook het getal van de uitverkorenen vol. Van al diegenen, die de eeuwige zaligheid zullen beërven. Dan zal het onderscheid openbaar komen tussen die Hem vreest en die Hem niet vreest. Jozua herkent Christus niet. Onverschrokken vraagt hij echter: 'Zijt Gij van ons, of van onze vijanden?' Wat blijkt hier duidelijk, dat Christus Zichzelf telkens maar weer moet openbaren aan de Zijnen. Jozua weet niet wie die Krijgsman toch wel is. Toch wil hij wel weten aan welke kant Hij staat. Het antwoord, dat Jozua op zijn vraag krijgt is toch wel zeer merkwaardig. Deze Krijgsman behoort niet tot de vijanden en ook niet tot het volk van Israël. Maar wie is Hij dan toch? Is Hij neutraal? Nee, dat is Hij ook niet. Hij zal Zich nader gaan verklaren aan Jozua.
Hij staat boven de vijanden en boven het volk van Israël. Hij wil aangeven, dat Hij Zich niet zal stellen onder de bevelen van Jozua. Hij zal in het volgende hoofdstuk bevelen geven aan Jozua als het gaat om de inname van Jericho.
Die dikke muren van onze zonde en schuld, die kunnen wij nooit slechten. Dat is onmogelijk maar nu is die Vorst van het heir des HEEREN gekomen en wat zijn volk nu niet kan, dat kan Hij wel. God de Vader heeft hulp besteld bij een Held, die machtig is om te verlossen. Hij kan zorgen, dat die dikke muren vallen. Hij is 'de Vorst van het heir des HEEREN' met die Naam maakt Hij Zich aan Jozua bekend. Hier verschijnt Christus als den Krijgsman. Aan de Emmaüsgangers verschijnt hij als een onbekende Wandelaar. Aan de discipelen verschijnt Hij aan de zee van Tiberias na Zijn opstanding als een vreemdeling, die een weinig toespijs vraagt aan Zijn discipelen. Hun ogen werden gehouden, zo was het ook bij Jozua, maar dat wordt anders als Hij Zich aan Jozua bekendmaakt.
'Ik ben nu gekomen'. Hij is gekomen in de volheid des tijds. Wij mogen nu met elkaar stilstaan in de weken van advent bij Zijn komst in het vlees. Dat is Zijn komst in Zijn diepe vernedering. Er is echter nog een advent en dat is Zijn tweede komst en dat is Zijn komst op de wolken des hemels, dan komt Hij niet in Zijn vernedering, maar in de staat van Zijn verhoging. Dan zal Hij haastelijk komen om de Zijnen recht te doen. Hij komt op de tijd, die de Vader van eeuwigheid heeft bepaald. Dan rekent Hij voorgoed af met al Zijn vijanden en Zijn vijanden zijn ook de vijanden van Zijn volk. Hoe reageert Jozua nu op deze verschijning? Hij valt op zijn aangezicht ter aarde. Dan is Jozua niets, maar Christus als de Krijgsman is alles. Kennen wij door genade ook dat buigen voor Hem? Dat zal hier aan deze zijde van het graf geleerd moeten worden wil het eeuwig wel met ons zijn. Van nature dan buigen wij niet voor Hem. Dan verstaan wij niet, dat wij zouden moeten getroffen worden door het zwaard van Gods gerechtigheid. Wat is het toch noodzakelijk, dat wij dat gaan leren verstaan. Degenen, dat gaan leren verstaan, die worden door dat dodelijke zwaard niet getroffen. Want juist voor hen is Christus op Golgotha dodelijk getroffen door het wraakzwaard van Gods gerechtigheid. Juist zo heeft Hij de poort geopend van het hemelse Kanaän voor al de Zijnen.

Ds. B. Reinders


(bron: kerkbode december 2018 van HHG Graafstroom)
Ontwerp & Realisatie: Daniël Lock © 2009 - 2019 | Contact | Disclaimer | Sitemap | Zondag 24 maart 2019