Meditatie - Januari

Update: 14 januari 2012
Nieuwe update: D.V. 11 februari 2012


Och HEERE! Geef nu heil! Och HEERE geef nu voorspoed! (Psalm 118:25)

Ook kleine woorden kunnen de tolk zijn van het hart. Och! Het betekent vaak in de Heilige Schrift dat er grote nood is. Denk aan de dichter van psalm 116, gekneld in banden van dood en besprongen door angsten van de hel: Och Heere, bevrijd mijn ziel!
Het woord “och” gaat in Gods Woord ook vaak samen met schuldbelijdenis. Als Daniël in Babel zich als een smekeling voor de Heere neerbuigt, zegt hij: Och Heere! Wij hebben gezondigd.
Och, is echter ook een uitroep van een hartsverlangen. Zo is het in deze tekst. David is hier aan het woord. En de Heere hééft hem heil gegeven. Hij ís van zijn vijanden verlost, en als een held uit de strijd teruggekeerd. Nu vraagt Hij toch weer om heil. Wonderlijk! Hij heeft Gods heil ontvangen, en gaat bidden om dat heil. Zij die verlost zijn, gaan juist bidden om verlossing! En nooit wordt er zo hartelijk uitgezien naar zegen, dan wanneer de Heere het hart gezegend heeft, namelijk om rijker zegen, en dat ook voor anderen!

Heil. In het hebreeuws staat: jesua. Daarin horen we de naam Jezus! Geef mij Hem! Geef meer van Hem, en doe delen in Zijn schatten! Geef van Zijn weldaden. Bedeel mij uit Zijn verdienste! Kent u dat gebed ook? Of kunt u nog buiten Hem en Zijn heil? Bent u nog onverzoend? Staat de schuld nog open? Beseft u niet dat u in die toestand op weg bent om onherroepelijk en reddeloos en eeuwig verloren te gaan?
Och. Dat vertolkt een diep verlangen! Het wordt daarbij ook versterkt; dat woordje “nu”! Och Heere, geef nú heil! Geeft nú voorspoed. Dat wil zeggen: Ik kan dat heil niet missen! Ik bid om de onmiddellijke komst daarvan! Geef heil in Uw Kerk die de verdwijning nabij is! Geef heil op de prediking. Er zijn er velen die ten dode wankelen! Geef heil in een stervende wereld, voor het overgrote deel van God vervreemd. Dat “nu” is ook niet alleen een onderstreping van een hartelijk verlangen, maar ook grond van verhoring. “Deze woorden,” zegt Luther, zijn zeer gepast, nu de vrolijke dag van het evangelie is aangebroken, en nu het rijk van de genade in Christus wordt opgericht!” Deze psalm zingt van Hem! “Ik zal niet sterven, maar de daden des Heeren verkondigen.” “De steen die door de bouwlieden, verworpen is geworden, deze is geworden tot een hoofd des hoeks!”
Och Heere geef nú! Nu Hij satans kop vermorzeld heeft! Nu het bloed der verzoening op aarde gevloeid is! Nu Hij duivel, hel en graf en dood overwonnen heeft! Och Heere geef nu heil en voorspoed! Nu is toch geen zondemacht te sterk, geen schuld te groot, geen ongerechtigheid te groot, geen tijd te donker, dat Hij het niet zou kunnen doen!
En voor wie wordt dit gevraagd? De kanttekenaren merken op: Het is ten diepste een gebed voor Christus! Niet de mens; Christus staat in het middelpunt; Zijn eer en glorie! Moet daar dan voor gebeden worden? Zouden zondige monden bidden voor Hem? Wonderlijk: de Heere laat sterfelijke mensen bidden voor Zijn zaak. Ik mag alles vragen wat ik nodig heb, maar in het ware gebed gaat het niet om mij, maar om Hem! Gelukkig als ik van de eerste op de allerlaatste plaats ben terechtgekomen. Het wonderlijke is ook: Wie zo mag bidden om voorspoed en heil voor Christus, zal juist daarin ook zelf heil en voorspoed ontvangen. En we bidden het na: Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede.
Geef heil en voorspoed aan Christus! Geef voorspoed aan het evangelie. Laat het krachtig zijn door Uw Geest! Laat Uw koninkrijk opgebouwd worden! En we zien uit naar Hem die komt! Dan zullen allen die door genade voor Hem ingewonnen werden, eenparig roepen: Gezegend is Hij die daar komt in de Naam des Heeren! Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. Zult u daar ook bij zijn?

Ds. N. den Ouden

(bron: kerkbode januari 2012 van HHG Graafstroom)
Ontwerp & Realisatie: Daniël Lock © 2009 - 2012 | Contact | Disclaimer | Sitemap | Dinsdag 7 februari 2012 |  | Bezoekers: 4460